SCHRIJFOPDRACHT



ONDERWERPEN
Je moet 3 oefenbrieven schrijven. Kies uit de volgende onderwerpen. De volgorde waarin je ze schrijft maakt niet uit.
1.    « 20 ans est le plus bel âge. »
2.    Le travail c’est la santé. 
3.    On devrait interdire le centre-ville aux voitures.
4.    L’amour rend aveugle.
Bedenk eerst wat je wilt schrijven. Bijvoorbeeld:
1. Toen ik 20 was was ik mager, lelijk, gemeen, onzeker. Nu ben ik 30 en ben ik mooi, heb ik tientallen vrienden, dankzij…..
2. Robots kunnen werken. Mensen kunnen veel leukere dingen doen (voorbeelden). Daar word je pas echt gelukkig en gezond van. Ik ga dus later… 
3. Auto moet in de stad  blijven, maar niet voor iedereen. Alleen voor rijken. De rest gaat maar lopen. 
4. Mensen worden verliefd en kiezen iemand die helemaal niet bij ze past. Een verstandshuwelijk is veel beter. En elkaar niet tutoyeren, natuurlijk. 




EISEN:  
·    

Neem dit over en vul het aan:

J'ai entendu dire que ………….Je suis tout à fait d'accord avec cette idée. / Je ne suis pas du tout d’accord avec cette idée. Je vais vous expliquer pourquoi. Premièrement ………………….. Deuxièmement…………………… C'est pourquoi …………


·         Maak maar één alinea, want het gaat hier om een heel korte tekst. Spring dus niet naar een nieuwe regel.

         Houd je argumenten zo concreet mogelijk. Vermijd woorden als iedereen, overal, altijd, nooit. Die maken je tekst heel vaag en nietszeggend. Een persoonlijke ervaring of een voorbeeld maken de tekst een stuk waarachtiger en levendiger.

·        120-150 woorden (je suis = 2 woorden; j'ai = 1 woord). Niet teveel herhalingen. Gebruik woorden uit de tekst, maar maak wel je eigen zinnen

     Vermeld onderaan het aantal woorden.

     Maak een PDF-document.

     Lever in in Moodle vóór............ 

     In de mediatheek zijn woordenboeken te vinden door linksboven op de knop applications te klikken en dan education en vervolgend Van Dale online woordenboeken. 


VOCABULAIRE  DONNER SON OPINION
J'ai entendu dire que = Ik heb gehoord dat...
On dit souvent que... = Men zegt vaak dat...
Je suis tout à fait d'accord avec cette idée. = Ik ben het helemaal eens met …
Je ne suis pas du tout d'accord avec...= Ik ben het er helemaal niet eens met...
Je vais t'  /  vous expliquer pourquoi. = Ik zal je / u uitleggen waarom.
En premier lieu / premièrement / d'abord = in de eerste plaats
En deuxième lieu / deuxièmement =  in de tweede plaats 
Ensuite, puis, après  = verder
De plus / en outre =   bovendien
par exemple
Ainsi  / donc / C'est pourquoi  =  En zo, dus, daarom
meer voca vind je op  https://desmadeleines.blogspot.com/p/mening-geven.html  (kijk bij schrijfopdracht klas 5)




GRAMMAIRE

·         De woordvolgorde in een Franse zin is altijd:
onderwerp – alle werkwoorden – rest
Korte bijwoorden (souvent, déjà) komen na eerste werkwoord.
Langere plaats- en tijdsbepalingen komen aan begin of eind van de zin.

·         aussi nooit aan het begin van een zin (dan betekent het "dan ook")


·         Voor een zelfst.n.w. komt een lidwoord: un / une / des / le / la / les / du / de la / des, maar na een hoeveelheid of ontkenning krijg je: de.

·        Een bijv.n.w. zegt iets van een zelfst.n.w. en is dus m / vrl / mv: poli, polie, polis, polies; een bijwoord zegt iets van een ww / bijw / bijvnw / hele zin en is dus niet m, v, mv: poliment.

·         het / dat / die 
het = ce / c’  bij être: C’est pratique. = Het/ dat is practisch.
het = ça / cela   bij andere werkwoorden:Cela / ça m'irrite.
ce, cet, cette, ces + zelfstandig naamwoord ces enfants = die kinderen
cela / ça slaat ook terug op iets dat eerder genoemd is:Je ne peux pas croire cela. 

·        In het Frans kun je niet van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken. 
Het hebben van het virus is gevaarlijk =
NIET: l'avoir du virus est dangereux.
WEL: avoir le virus est dangereux.
 



VOCABULAIRE BIJ DEZE OEFENINGEN
faire des études = studeren aan een universiteit
étudier = achter een bureau zitten en studeren















2018

 

Opdracht 1

ONDERWERP
Schrijf een verhaaltje (dus geen beschrijving van het plaatje)  bij bovenstaand plaatje.

EISEN
* 80-100 woorden 
* vermeld het aantal woorden onder aan je tekst.
*  Schrijf of print je tekst. Stel, als je typt, de regelafstand zo in, dat de docent commentaar ertussen kan schrijven.

CIJFER
* 3 ft een pnt 
* onlogisch verhaal / er staat niet in wat er in moet staan > 3 ft, ofwel: punt eraf
* niet het aantal woorden vermeld > 1 ft 
* Je krijgt je nagekeken tekst terug met een cijfer. Verbeter je fouten. Schrijf je tekst opnieuw over. Niet met een nietmachine de nagekeken versie en de verbeterde versie aan elkaar vast en lever ze nogmaals in.  Je kunt nu 1 punt erbij krijgen of, als je onvoldoende had, een 6 halen.  
 
Dit levert een goed cijfer op:
* houd je zinnen kort en simpel: onderwerp - alle ww - rest
* tijds- en plaatsbepalingen helemaal voor- of achteraan, maar
  tijdbepalingen van één woord (toujours, souvent, déjà) na het eerste werkwoord
* Kies voor de tegenwoordige of de verleden tijd en wees consequent.
  imparfait: beschrijving / gewoonte / was aan het... / zat te...  
  Voor de rest passé composé gebruiken.  
* vervang het lijdend voorwerp door le, la, les
   vervang het meewerkend voorwerp door lui, leur

Dit levert een slecht cijfer op:
* Nederlandse zinnen maken en ze dan in het Frans vertalen
* werken met een vertaalmachine

VOCABULAIRE
buiten = dehors / à l'extérieur 
naar buiten kijken = regarder par la fenêtre
naar buiten willen = vouloir sortir
denken over = penser à / réfléchir à
wachten (op) = attendre
hij zit = il est assis / zij zit = elle est assise
de huiskamer = la salle de séjour / le living / la chambre = de slaapkamer
het baasje = le maître, la maîtresse
hangen = être pendu-e 









opdracht 2

KIES EEN ONDERWERP
Eén van de figuren uit het boek schrijft 's avonds in zijn dagboek. Kies uit:
a) Morlac beschrijft in zijn dagboek de eerste ondervraging door Lantier.
    (pages 18 à 22, chapitre 1)
b) Valentine beschrijft in haar dagboek haar eerste ontmoeting met Lantier.
     (pages 51 à 55, chapitre 3)
c) Guillaume overdenkt de nacht van 12 september waarin Morlac zijn Légion d'Honneur heeft verdiend.  
    (pages 121 à 124, chapitre 7)
d) Morlac beschrijft in zijn dagboek zijn bezoek aan Valentine tijdens zijn verlof.
    (pages 140 à 141, chapitre 8)

LEES
Lees de scene nog eens door in de uittreksels (klik hier) of het boek. Maak wat aantekeningen. (10 min). 

SCHRIJF
Doe ze daarna weg en begin te schrijven. Bedenk: in een dagboek beschrijft iemand wat er die dag gebeurd is en wat hij daarvan vindt. Hij beschrijft niet de omgeving, het uiterlijk van zijn gesprekspartner.

EISEN
* 100-120 woorden 
* vermeld het aantal woorden onder aan je tekst.
*  Schrijf of print je tekst. Stel, als je typt, de regelafstand zo in, dat de docent commentaar ertussen kan schrijven.

CIJFER
* 4 ft een pnt 
* onlogisch verhaal / er staat niet in wat er in moet staan > 4 ft, ofwel: punt eraf
* niet het aantal woorden vermeld > 2 ft 
* Je krijgt je nagekeken tekst terug met een cijfer. Verbeter je fouten. Schrijf je tekst opnieuw over. Plak of niet de nagekeken versie en de verbeterde versie aan elkaar en lever ze nogmaals in.  Je kunt nu 1 punt erbij krijgen of, als je onvoldoende had, een 6 halen.  
 
Dit levert een goed cijfer op:
* houd je zinnen kort en simpel: onderwerp - alle ww - rest
* tijds- en plaatsbepalingen helemaal voor- of achteraan, maar
* tijdbepalingen van één woord (toujours, souvent, déjà) na het eerste werkwoord
* imparfait: beschrijving / gewoonte / was aan het... / zat te...  Voor de rest passé composé gebruiken.  
* vervang het lijdend voorwerp door le, la, les
* vervang het meewerkend voorwerp door lui, leur
Dit levert een slecht cijfer op:
* zinnen overschrijven uit het boek
* Nederlandse zinnen maken en ze dan in het Frans vertalen
* werken met een vertaalmachine

 VOCABULAIRE
* manquer = missen, ontbreken >  Il me manque. = Ik mis hem.
* De wederkerende werkwoorden worden met être vervoegd.   
  dus: se coucher > il s'est couché 
* hij zit = il est assis / zij zit = elle est assise 
  hij gaat zitten = il s'assied / s'assoit
  hij ging zitten = il s'est assis  













Schrijf een verslag over het Franse boek dat je zelf voor je Franse lijst gelezen hebt.

1)    Présentation du livre
Titre: ………….
Auteur: …………………..
Genre ( roman, pièce de théâtre, roman fantastique, policier ): ……………………

           2) Résumé
Qui raconte ? Où et quand se déroule l'histoire ?
Qui sont les personnages principaux ? Quels sont les événements principaux de l'histoire ? (sans dévoiler l'intrigue)

           3) La critique
Avez-vous apprécié le livre ? Pour quelles raisons (personnages, thème, intrigue, écriture)
Avez-vous rencontré des difficultés dues à la langue, à la construction du récit ?
Êtes-vous entré facilement dans l'histoire ?
La fin était-elle prévisible ?
Jugement positif
Expressions utiles : J'ai apprécié la lecture de..., un roman à ne pas rater, à lire absolument, une place de choix dans ma bibliothèque, le coup de cœur etc....
Vocabulaire: émouvant, fabuleux, drôle, mordant, enthousiaste, agréable, merveilleux, bouleversant, original,époustouflant, fantastique, palpitant, tenir en haleine, écriture soignée
Jugement négatif
Expressions utiles : Je n'ai pas apprécié la lecture de..., une fin sans surprise, un livre à laisser sur l'étagère attraper la poussière, etc...
Vocabulaire: sinistre, horrible, stupide, décevant, sans intérêt, ennuyeux, lent, insipide ( qui manque d'intérêt), ennuyeux, difficile à suivre, etc...
 

4) Sla een regel over of kies regelafstand 2.

5) Vermeld het aantal woorden (100-120 woorden)





l'Hôte - Albert Camus



6fa1 opdracht 1: t/m p.83
Schrijf een stukje over het volgende onderwerp: Que savez-vous de la vie de Daru?
- 1 alinea (dus spring niet naar een nieuwe regel).
- eerste zin : Le personnage principal...
- Vermeld het aantal woorden onder de tekst (min 70).
- Zet je voor- en achternaam erboven.
- Verbeter je nagekeken tekst mbv de Gouden Regels.
- Lever de oude en de nieuwe versie aan elkaar geniet in.

6fa2 opdracht 1: t/m p.83
Schrijf een stukje over het volgende onderwerp: Où se déroule l'histoire? Décrivez la région et comment y vivent les gens.
- 1 alinea (dus spring niet naar een nieuwe regel).
- eerste zin : L'histoire se déroule ...
- Vermeld het aantal woorden onder de tekst (min 70).
- Zet je voor- en achternaam erboven.
- Verbeter je nagekeken tekst mbv de Gouden Regels.
- Lever de oude en de nieuwe versie aan elkaar geniet in.

Tips:
* slechte opbouw: Daru is een man. Hij geeft de zakken graan als het warm is. Algerije ligt in Afrika. Hij woont op een berg in de school.  
goede opbouw: Daru leeft in de bergen in Algerije. Hij is schoolmeester. De kinderen komen echter op dit moment niet naar school, omdat er sneeuw ligt. In de zomer is het erg warm en droog geweest. Daarom hebben de mensen honger. Daru distribueert voedsel. 
* être + beroep / functie / nationaliteit: geen un / une
  Il est médecin. 
* ou = of (rood of zwart); où = waar?
 

 



6fa1 opdracht 2: t/m p.87
Schrijf een stukje over het volgende onderwerp: Décrivez l'Arabe (15 mots) et racontez ce qu'il vient faire à l'école.
- 1 alinea (dus spring niet naar een nieuwe regel).
- eerste zin : L'Arabe ...
- Vermeld het aantal woorden onder de tekst (min 70).
- Zet je voor- en achternaam erboven.
- Verbeter je nagekeken tekst mbv de Gouden Regels.
- Lever de oude en de nieuwe versie aan elkaar geniet in.


6fa2 opdracht 2: t/m p.87
Schrijf een stukje over het volgende onderwerp: Décrivez Balducci (15 mots) racontez ce qu'il vient faire à l'école.
- 1 alinea (dus spring niet naar een nieuwe regel).
- eerste zin : Balducci ...
- Vermeld het aantal woorden onder de tekst (min 70).
- Zet je voor- en achternaam erboven.
- Verbeter je nagekeken tekst mbv de Gouden Regels.
- Lever de oude en de nieuwe versie aan elkaar geniet in. 

Tips: 
* slechte opbouw: Balducci is een agent. Aan een koord heeft hij een gevangene. Hij komt naar Daru om hem iets te vragen. Hij wil dat Daru de gevangene wegbrengt. Balducci moet tegen de Arabieren vechten.
goede opbouw: Twee mannen komen naar de school. Een van hen is agent en heet Balducci. (korte beschrijving uiterlijk B) Hij heeft een gevangene bij zich, een Arabier die zijn neef gedood heeft. Daru moet de Arabier naar de gevangenis brengen, want Balducci moet terugkeren naar de stad. De Arabieren dreigen daar in opstand te komen. 
* emporter / apporter = meenemen van dingen
   emmener / amener = meenemen van mensen
* hij zit op een paard: il est à cheval
* un vieux livre / un vieil homme / une vieille femme
* hij wordt vergezeld door... = il est accompagné de...